Nieuws

15-05-2018

Mooie vooruitzichten voor investeerders in vastgoed

Remmend effect

Een andere factor die de trends beïnvloedt, is uiteraard de langetermijnrente. “We hadden aanvankelijk voor 2018 een stijging met 40 basispunten voorspeld, maar moeten nu vaststellen dat die er in de eerste twee maanden van het jaar al bijgekomen zijn. We denken dat er voor de rest van 2018 een verdere toename mogelijk is van zo’n 30 basispunten. Dat zal echter geen enorme impact hebben op de vastgoedmarkt. Er is namelijk nog altijd een groot consumentenvertrouwen. Pas als het optimisme rond de economische evolutie afneemt, zal dit een remmend effect op de investeringen in vastgoed hebben en een verschuiving naar andere beleggingsvormen teweegbrengen. Dat is nu dus zeker niet aan de orde. Als we terugkijken naar de evolutie van de rente, is die ondanks de lichte stijging, nog altijd historisch laag en blijft vastgoed dus een interessant beleggingsproduct.” Al deze factoren leiden tot een voorspelling voor de evolutie van de vastgoedprijzen in 2018: “We stellen een stijging voorop van 1,5 procent”, aldus Frank Maet. “Iets minder dus dan vorig jaar. Als we 2017 en 2018 samen bekijken, komen we uit op ongeveer 1,8 procent, wat overeenkomt met de evolutie van de inflatie. We zijn positief over het verwachte aantal vastgoedtransacties en de waarde ervan. De interesse zal zeker aanhouden.”

Oververhitting

Nog een element dat een rol speelt, is de evolutie van de ‘concurrerende’ beleggingsvormen. “Klassieke beleggingen, zoals kasbons en obligaties brengen nog altijd weinig op en dan blijft vastgoed natuurlijk een goed alternatief. We zien daar niet direct verandering in komen. De kortetermijnrente zal pas in 2019 lichtjes verhogen, waardoor er geen extra druk ontstaat om nu van strategie te veranderen.” De aanhoudende stijging van de prijzen zal volgens Frank Maet niet voor een oververhitting zorgen. “Als we vergelijken met het buitenland, dan zijn daar de vastgoedprijzen nog veel sterker toegenomen. Zeker in Duitsland en Nederland was dat het geval. Er is dus nog wat marge bij ons. De budgetten zijn er, want het gemiddelde inkomen van de Belgische gezinnen is sinds 2011 gestegen. De betaalbaarheid van woningen is verbeterd. Er zijn dus geen tekenen van oververhitting.”

Aanzuigeffect

Wat die betaalbaarheid betreft, merkt de Senior Macro Econoom van Belfius een verschil tussen stedelijke en meer perifere gebieden. “Daarvoor zijn we de stijging van de woningprijzen van de laatste 10 jaar gaan vergelijken met de stijging van het inkomen. Zo komen we tot de vaststelling dat wonen in sommige centrumsteden veel minder betaalbaar is. Brussel springt er uit, maar ook Antwerpen is duurder dan gemiddeld. Dat komt door enerzijds het grote aanzuigeffect van de grootsteden. De toename van de vraag, onder meer van jonge gezinnen, doet de prijzen stijgen. Anderzijds is het gemiddelde inkomen in grotere steden iets lager, waardoor dus ook de totale betaalbaarheid van woningen lager is.”

Tweede woonst

Investeren in vastgoed blijft dus interessant. “Zeker, met die bedenking dat de kredietvoorwaarden wel strenger aan het worden zijn. De Europese Centrale Bank verplicht onze banken om voorzichtiger
te zijn. Zeker als de quotiteit (de procentuele verhouding tussen de waarde van een onroerend goed en het
kapitaal dat voor de aankoop ervan ontleend wordt) meer dan 80 procent bedraagt.” Anderzijds verwacht Frank Maet niet dat iedere Belg nu massaal zijn spaarcenten in de aankoop van bijkomende eigendom gaat stoppen. “In tegenstelling tot landen als Nederland, Spanje of Ierland doen Belgen niet zo snel mee aan investeringen in een tweede verblijf om dat te verhuren. De aankoop van hun vastgoed dient nog altijd vooral om er zelf in te gaan wonen. Ook daar moeten we geen spectaculaire veranderingen in verwachten.”